Hoge hakken … echte zanikers.

Zonder overdrijven, minimaal drie keer per week krijg ik de vraag: “Kun je daar op lopen?”
Mijn reactie is daarin afhankelijk van de persoon en/of de intonatie. Het varieert daarom van geïrriteerd tot excuserend tot een anatomisch onderbouwde toelichting.

 De geïrriteerde reactie is doorgaans, “Hoezo, jij niet dan?”
Mijn excuses zijn iets in de trant van, “Uh, tja, ik wist vanochtend toch ook niet dat ik hier zou eindigen.”
Zelfs een kleine witte leugen schuw ik niet, “Ik had hiervoor een andere afspraak.”
De anatomische is net zo triest als dat die hilarisch is, “Ik draag al vanaf mijn elfde hoge hakken en heb daarom korte kuitspieren.”
Niets van gelogen overigens. Want echt serieus, ik loop als een geagiteerde eend op platte varianten schoeisel.

 Inderdaad, de conclusie die jullie hieruit mogen trekken is: Ik draag bijna altijd schoenen met hoge hakken! Zonder schaamte! Totdat … iemand een opmerking plaatst dus.
Wat mij iedere keer opnieuw intrigeert is de schijnbaar algemene opvatting over de correcte locatie en daginvulling bij het dragen van de hoge hak.
Kijk, mijn dagen lopen over het algemeen niet zo gestructureerd. Ik kan voornemens hebben, of plannen maken, zelfs afspraken hebben, maarrrrr, daar kan ik in de ochtend geen algeheel aangepast schoeisel bij verzinnen. Mijn kleding keuze leent zich in zijn algemeen voor een gehakte variant en daarop been ik in de ochtend dan ook de deur uit. Boodschapjes doe ik áltijd tussen mijn ADHD neus en lippen door. De schaamteloze blikken die de dames mijn kant op werpen, als ik op mijn stiletto’s, met twee goed gevulde boodschappen tassen richting mijn cabrio tippel, zijn op zijn minst amusant. 
Dames ja! Want dat is het geslacht wat over mijn hakken dragerij toch de meest uitgesproken mening heeft.

 Mooi voorbeeld was op de eerste dag van het korte hockey avontuur van mijn dochter. Aan de zijlijn, op mijn pump(je)s, werd ik door een andere moeder aangesproken met de retorische vraag; “Hoe ga jij fluiten dan op die hakken?”
“Nou gewoon, zo; fuuuuuut!” Brachten mijn getuite lippen ten gehore. 
Want zolang ik zelf het veld niet op hoef, en alleen maar in afwachting ben van het wijntje dat ik na de wedstrijd mag slobberen op het sobere terras, zie ik geen reden voor het dragen van een paar degelijke stappers.

 Geloof me, ik heb niets, maar dan ook niets tegen plat schoeisel. De sneaker onder een kokerrok, of het sandaaltje onder de hobo jurk. Helemaal leuk. Grote fan van de grof gezoolde Dr. Martens onder een frivool zomer jurkje. Bij … een ander.
Ook ik loop gewoon de avond vierdaagse op gympen – gympen ja, wandelschoenen daar trek ik mijn grens – slenter op lage hak een dag door een museum, en in mijn vakantie deel ik mijn koffer met evenredig veel flip flop werk.
Echter, in iedere andere situatie smeken mijn tengere beentjes met korte kuitjes gewoon … om hoge hakken.
Met opgeheven hoofd en kaarsrecht postuur trotseer ik de kinderkopjes op mijn stedentripje.
In de Gamma vind ik met hetzelfde gemak mijn gereedschap en bij een routine bezoekje aan mijn huisarts staat geen kledingvoorschrift bij binnenkomst.

Dus dames, houd op met zaniken en laat mij af en toe ongegeneerd door mijn enkeltjes zwikken!

Plaats een reactie